LÜCKE
 
Amsterdam, herfst 1997

Zoals de meeste gedetineerden zullen beweren, ben ook ik per ongeluk in de gevangenis beland; namelijk in de Justizvollzugsanstalt für Frauen, in Vechta, Duitsland. Reden hiervoor was de uitnodiging, om mijn Lücke-sculpturen in deze gevangenis tentoon te stellen.

Het Duitse woord Lücke betekent leegte ofwel leemte en staat in dit geval voor gemis, verlies en afwezigheid. De Lücken lijken op vaasvormen van was, mensgroot, gegoten in een mal van klei.

In plaats van een tentoonstelling van mijn beelden heb ik twaalf gedetineerde vrouwen en zes bewakers uitgenodigd samen met mij hun eigen Lücken te bouwen. Deze werden door fotograaf Luuk Kramer op plekken gefotografeerd die voor de maaksters van belang waren. Vervolgens reisde het Project Lücke twee jaar door Duitsland en Nederland en werd getoond in (semi-)openbare instellingen.


De inspiratiebron voor bovengenoemd project was een citaat uit een brief van de theoloog / filosoof Dietrich Bonhoeffer tijdens zijn Berlijnse gevangenschap:
[…] er bestaat niets dat voor ons de afwezigheid van een geliefd mens kan vervangen en men moet zoiets ook helemaal niet proberen te vinden; men moet het gewoon uithouden en volhouden; dat klinkt aanvankelijk erg hard, maar is toch een grote troost; want doordat die leemte werkelijk ongevuld blijft, blijft men erdoor met elkaar verbonden.[…]
fragment uit: Widerstand und Haft 1940 - 1945, Heiligenabend 1943


Ulrike Möntmann


ANKE SCHENGBER
90 x 110 x 45cm Materiaal: was. Locatie: flat moeder D – Osnabrück

SABINE HOFFMANN
110 x 60 x 60 cm Materiaal: was. Locatie: isolatiecel (bunker)
Justizvollzugsanstalt für Frauen D – Vechta

SABINE HOFFMANN
60 x 90 x 40 cm Materiaal: was. Locatie: ziekenkamer.
Justizvollzugsanstalt für Frauen D – Vechta


Text by Michael Daxner

Voids with a voice: On the exhibition of objects from Ulrike Möntmann’s Lücke project

It is precisely in the greatest extremity that freedom is indispensable. ‘Getting out!’ resounds with new beginnings, of finding oneself in the cold, hard air that generates distance from the stifling heat of the unchangeable. The long penetration of pain has formed a hollow space, a gap, many gaps, so that feelings and ideas become porous. Being torn there worsens the pain and does not transform it into grieving. We humans tolerate pain to a certain degree but must understand that we cope with pain only through grieving.

The void or Lücke left behind by someone or something is a form of grieving. It is a conscious perception of what is lacking. Imprisoned women lack freedom of movement; deprivation of freedom causes pain that envelopes the other, shapes the woman in her cell, impedes her ability to fathom the motives for her actions and prevents the future from approaching her in her entirety, surrounding her and enabling her to live on the other side of survival.

What is lacking?

Ulrike Möntmann wants to keep each void – each Lücke – open, not to seal it off. She knows that badly healed scars may hurt more and longer than an open wound: from which one wishes to escape – into freedom, which also means taking part, imparting. ‘This is me, and here is my void.’ In her art, Möntmann always aims for accuracy, like a doctor trying to find the precise remedy to counter immobilisation in boundless despair. The gap is the encryption embodying the lost content, the hole ‘with something around it’, with a name and a history that others observe in motives – that others perceive as true, and that may or may not be true. Even putting this into words is difficult. But perhaps the concept may be presented to our gaze, as a tentative appropriation.

People – not only women – as vessels of pain are themselves a void. This symbolic form is unrelated to gender. ‘I am not merely, but very fundamentally, what I lack’. All philosophy of hope arises from deprivation, from hunger, from absence.

In her work with the women from the Justiz-Vollzugs-Anstalt. Möntmann seeks to express the voids that women create, and that their prison sentences should not violate: resumption of grieving and thus the step from survival to life. By imposing prison sentences, the state enforces its rules on society’s behalf. Even if they are accepted, these rules are only the edge of what is lost: dignity, love, a person, a need, something that we do not know, or that we believe we know all too well.

The objects symbolise not the rules but what the rules overlook. They do not arrange for therapy to repress grief. They embody what is as yet amorphous and is only seeking to take shape. Looking at the form exhibited here does not enable us to draw any conclusions about the person behind it, but perhaps by explaining the unmistakable meaning f the work of art, we can approximate the self-explanation of the void: ‘There I am, in there, over there, reflected in murky water. My fingers have revealed something in the wax and the model that must not be taken away.’ The technique demands a concentration that will not be overtaxed by simply reflecting on the circumstances that led to becoming unfree.

Void: this is the armour against the idolatry of illusion, against the fatal ‘some time… then I will do something, then I will become great.’ People enter the project small, and gradually regain their human dimension by interacting with the edge of the void, the narrow bridge that remains between the abyss and the wall of numbness.



Deelnemers: Christa Bischoff, Angela Bode, Monika Hellberg, Sabine Hoffmann, Hilde Höhnke, Petra Huckemeyer, Manuela Kampling, Manuela Kneier, Ulrike Lücke, Manuela Marwedel, Elsbeth Möhlmann – Burgstaler, Yvonne Neuenkirch, Kirsten Pallentien, Gangolf Schaper, Anke Schengber, Petra Schröder, Ewa Schweda, Johanna Varnhorn, Saramarie.



CGK
 
Het project bestaat uit meerdere fases binnen en buiten de gevangenis, de Justizvollzugsanstalt für Frauen, D-Vechta, in samenwerking met
(ex-)verslaafde (ex-)gedetineerde vrouwen, modedesigner Anneclaire Kersten (Amsterdam), fotograaf Luuk Kramer (Amsterdam).

De ijdelheid van vrouwen in een gevangenis is opvallend. Waar trots en zelfrespect al lang gebroken zijn, zet de behoefte aan ‘opknappen’ in; daarbij wordt alles van stal gehaald wat mogelijk is: haarverven - elke week in een andere kleur, piercing waar mogelijk, tatoeëring, sieraden in overvloed, stoere schoenen, het liefst met plateauzolen.
De behoefte aan opmaak kenmerkt de mens in het algemeen, daarin onderscheiden deze vrouwen zich niet van anderen. Het zoeken naar een eigen imago is een universele uitingsvorm voor individualiteit - binnen en buiten de gevangenis. Maar op een plek waar men bij uitstek uniform wordt behandeld, waar eet-, drink-, werk-, slaap- en recreëerritme een stipt regime volgen, op een plaats waar iedere individualiteit eerder wantrouwen dan bewondering oproept, op zo’n plek is de behoefte zich af te zetten tegen de omgeving lijfelijk voelbaar.
In het boek Les chemins de la liberté (de wegen van de vrijheid) uit 1945, beschrijft Jean-Paul Sartre hoe een oorlogsgevangene in een interneringskamp verwoede pogingen blijft ondernemen om er goed verzorgd uit te zien. Om hem heen ziet hij een algemene verloedering toenemen waardoor ook het moreel onomkeerbaar afneemt. De gevangene voelt dat een uiterlijke verslonzing niet alleen een capitulatie zou betekenen aan zijn cipiers maar ook aan de eigen wanhoop. […]


Fragment uit: DOREENKLETTJURK EN ANKMONKLETTBUNKER, Louise Schouwenberg, 2000
CGK/I/1999
Europees Keramisch Werkcentrum (EKWC), NL- ’s Hertogenbosch.
Productie van vier over-levensgrote processiemadonna’s. Zoals gebruikelijk in Zuid-Europese landen, zonder armen en met een kaal hoofd, in dit geval met het gelaat van de gedetineerde Manuela Kneier, deelneemster aan het Lücke Project. De porseleinen Kneiers dienen in de gevangenis als paspoppen en om de kleding van een lichaam te voorzien.
CGK/I/2000/01
Justizvollzugsanstalt für Frauen, D-Vechta.
Productie van een serie van (voornamelijk) niet-draagbare kledingsbeelden, gemaakt van grauwe gevangenisdekens.
De Collectie Gevangenis Kleding wordt onder ander in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam tentoongesteld.

De pogingen van de gevangenisbewoners de maatstaven voor een ‘normaal leven’ te volgen staan schrijnend tegenover hun levenservaring en levensverwachting. In de loop van 2001 worden zeven van de acht participerende vrouwen van de CGK/I uit deze gevangenis ontslagen. Ik volg de vrouwen in het hierop volgende verblijf in vrijheid, therapie-instelling en/of andere gevangenissen.
CGK/2/vanaf 2002 (concept)
De (ex-)gedetineerde vrouwen ontwerpen afzonderlijk van elkaar op verschillende locaties een Collectie reëel draagbare Gevangenis Kleding (basismateriaal witte woldekens). Het inzetten van de geïdealiseerde Kneier als paspop/processiemadonna vervalt. In de plaats daarvan dragen ambtdragers van de rechtbank (rechters, officiers van justitie, advocaten, bewakers) de kledingsbeelden en tonen deze in de vorm van een modeshow in de Arrondissementsrechtbank van Amsterdam De ontwerpen worden verzameld en uitgevoerd volgens aanwijzingen van de (ex- )gedetineerden.

Enthousiasme ten opzichte van welke zinnige of onzinnige bezigheid dan ook, blijft in de gevangenis steevast nihil. Het maakt niet uit of het gaat om de geestdodende werkzaamheden op bijvoorbeeld de afdeling Plastik (rubberen doppen op tafelpoten schroeven) of het goed bedoelde kleien en glazuren van asbakken tijdens een pottenbak-cursus. Het maakt wel uit dat in geen enkele opgelegde of aangeboden activiteit het verband met een eigen ervaring of behoefte te vinden is.
CGK/3/vanaf 2002
Het Ministerie van Justitie, Hannover, D, afdeling Werkvoorziening in Gevangenissen ondersteunt mijn verzoek de productie van Collectie Gevangenis Kleding/II als werkvoorziening in de gevangenis te installeren.


Tekst uit Ulrike Möntmann 15.7.0 - 28.9.01 Collectie Gevangenis Kleding 2001 door Louise Schouwenberg

Tekst uit Ulrike Möntmann 15.7.0 - 28.9.01 Collectie Gevangenis Kleding 2001 door Pauline de Bok

JESSICAKLETTJURKD1
EDELARMENK1SEILER
Gehaakte armen voor Kneier1 raken de grond
Materiaal: gevangenisdekens. Plaats: Seilergang

MONANKGOUDENBABYSEILER
ANKMONKLETTBUNKER
Twee hemden vast aan elkaar
Materiaal: buitenkant klittenband, binnenkant gevangenisdekens.
Plaats: Isolatiecel, links [bunker]

JESSICAKLETTJURKD1
JESSICAKLETTJURKD1
Jurk, gesierd met tattoes en piercings
Materiaal: buitenkant wit geweven klittenband. Tattoes van zwart klittenband, piercings metaal, omkleed met roze skai. Binnenkant roze skai. Plaats: D1

ANKMONKLETTBUNKER
MONANKGOUDENBABYSEILER
Jurk voor ongeboren Baby
Materiaal: Jurk van zijde, Baby van gouden skai. Donkere stroken op jurk van gevangenisdeken. Plaats: deuropening Seilergang/Kloosterhof

NADINESLAAPZAKMOONLIGHT
NADINESLAAPZAKMOONLIGHT
Slaapzak
Materiaal: zes gesmokte gevangenisdekens tot een koker gevormd.
Plaats: Bed afzonderingscel [Moonlight]



Deelnemers: Nadine Fricke, A.G., Marlis Garcia Corona, Monika Hoedt, Edel Mbye, Doreen Sander, Jessica Schümann, Monika Zielinski.



JUGEND
WOHN ZIMMER
Sommige levens zijn betreurenswaardig, andere niet; de ongelijke verdeling van betreurenswaardigheid, wie daarover beslist, welk soort subject te betreuren is, en betreurd moet worden, en welk soort niet mag worden betreurd, dit alles dient de productie en instandhouding van bepaalde uitsluitende denkbeelden, die vastleggen wie op basis van de norm menselijk geacht kan worden: wat telt als een leven dat het waard is geleefd te worden en wat als een betreurenswaardige dood? [Judith Butler: Precarious Life. The Politics of Mourning and Violence, 2004]

Dat delinquenten in een hedendaagse (westerse) gevangenis een levenswaardig leven lijken te leiden - namelijk voorzien van voedsel en een bed - geldt in de publieke opinie als verzwakking voor het effect van de sanctie: staatsrechtelijk optreden moet geloofwaardig waarneembaar zijn als een vergeldende maatregel. [Michel Foucault: Surveiller et punir. Naissance de la prison, 1975]

Sinds de vermindering van lijfstraffen, openbare boetedoening, tuchtiging en marteling vanaf de eerste helft van de 19eeeuw sleept zich de ‘pijnlijke’ vraag voort, hoe te straffen zonder voelbaar en zichtbaar lichamelijk geweld, tot aan de huidige discussie over moderne rechtspleging.

Het antwoord op deze vraag werd theoretisch [door G. De Mably: De la législation, Œuvres complètes, 1789] al in de 18e eeuw, op verbazingwekkend simpele wijze geformuleerd: minder gruwelijkheid, minder lijden, grotere mildheid, respect, meer ‘menselijkheid’ leiden tot een wijziging in de doelstelling van sanctie. Dat wil zeggen: als het lijf niet meer gestraft mag worden, dan dient de ziel bestraft te worden. Als het toedienen van ondraaglijke pijn het lichaam niet mag raken, dan moet een adequate vervanging gevonden worden die tot op de bodem van het hart, het denken, de wil, het talent doorwerkt.


JUGEND WOHN ZIMMER is de titel voor het kunstproject op de Jeugdafdeling van de Penitentiaire Inrichting voor Vrouwen, in Vechta, Duitsland. Het project is een Werk in Proces.
Het kunstwerk is tweeledig, enerzijds actie en anderzijds installatie die naast elkaar gestalte krijgen.
De actie bestaat uit het voorlezen van verhalen en het opzetten van een bibliotheek.
De installatie bestaat uit de gedaantewisseling van bestaande woonelementen gecombineerd met op de actie toegesneden meubelontwerpen die samen een lees- ofwel leefinstallatie zullen vormen.
De objecten voor de installatie worden in samenwerking met gedetineerden in de gevangeniswerkplaatsen uitgevoerd.

Het doel van het werk is eveneens tweeledig; terwijl de literatuur de bewoners confronteert met eigen biografieën, ervaringen en verlangens verandert tegelijkertijd hun omgeving. Dit project is vergelijkbaar met de langzame opbouw van spanning en de geleidelijke identificatie met de hoofdpersonen en handeling van een vertelling. Parallel hieraan groeit het beeld van een eigen(gemaakte) omgeving.

Het beeld is speculatief. Ik zoek voor de uitvoering vormen, materialen en technieken die tot de realisering van het ontwerp kunnen leiden. Het definitieve beeld ontstaat naar aanleiding van mijn voorstel (vergelijkbaar met de functie als regisseur) en de niet te voorspellen visie van de deelnemers.
In mijn concept ga ik uit van mijn projectervaring met gedetineerden.


MEISJESGEVANGENIS
De jeugdafdeling van deze gevangenis huisvest circa twaalf 14- tot 20- jarige meisjes, afkomstig uit vier provincies in Noord-Duitsland.
1, 2, 3
Jeugdafdeling in de Justizvollzugsanstalt für Frauen, Vechta, Duitsland. Cellen voor een of twee gedetineerde meisjes. 2005

Stoommachine voor de prompte correctie van kleine jongens en meisjes. Institut National de Recherche Pédagogique, omstreeks 1800. Illustratie uit het boek van Michel Foucault: surveiller et punir. Naissance de la prison, uit 1975.
De afdeling bevindt zich in het oude gedeelte van de gevangenis (een voormalig klooster) en beslaat de gehele tweede verdieping van het gebouw. De zeven meter brede, vijf meter hoge en dertig meter lange corridor wordt met het oog op conflictvermindering door een glazen wand in twee ruimtes gedeeld. De ene kant van de corridor heeft aan de kopse kant veel grote ramen met uitzicht op de kleine luchtplaats van de afdeling, enkele bomen, de muur van de gevangenis en beperkt zicht op de straat achter de muur. De andere kant heeft geen natuurlijke lichtbronnen en wordt kunstmatig door tl-buizen verlicht.
Aan elke kant bevinden zich zes cellen waarvan er vier als celruimtes voor de meisjes fungeren en twee als bewakingsen kantoorruimten. Verder is er aan elke kant celruimte voor gemeenschappelijke activiteiten, zoals tv-kijken. Ook is er een semi-openbare telefooncel en een gemeenschappelijke keuken.

Elke cel is circa 4m x 2,5 meter en biedt leefruimte aan één of twee meisjes, afhankelijk van het totale aantal gedetineerden. De cellen zijn door de meisjes zelf ingericht als een soort kinder- of tienerkamer met foto’s aan de muren (voorzover toegestaan; in principe moet de wandruimte controleerbaar, dus leeg of gemakkelijk leeg te halen zijn), een houten bed (speciaal voor de jeugdige delinquenten, de overige gedetineerden hebben stalen bedden) één toegestane knuffel en als er voldoende ruimte is, één nachtkastje tussen de bedden in. Verder zijn er een wc en een wasbak in de cel, beide altijd in het zicht van de bewaking.

De corridor heeft de functie van leefruimte, momenteel ingericht met een sofa en luie stoelen in de stijl van AltdeutschImitat op een altijd schone, beige marmoleumvloer. De gedetineerden hangen hier veelal als zoutzakken in de sjofele woonkamer-setting met eikenhouten bijzettafels die doorgaans dienen als steuntje voor de meisjesvoeten, die gehuld zijn in massieve Buffalo-schoenen met megaplateauzolen. Hier wordt gepraat en gelachen. Oppervlakkig gezien zou men dergelijk samenzijn als sociaal evenement kunnen interpreteren, maar er heerst geen ontspanning en zeker geen vriendelijkheid. Er wordt niet mét elkaar gesproken maar tégen elkaar geschreeuwd; er wordt niet gevraagd of geïnformeerd maar verondersteld en uitgelachen, gescholden en bevolen, beledigd en bedreigd: de heftigheid en de stress van het leven in de gevangenis vormt een vicieuze cirkel van (zelf)bevestiging in een waardeloos bestaan van mislukking en teleurstelling.

DEAL
Enthousiasme ten opzichte van welke zinnige of onzinnige bezigheid blijft in de gevangenis steevast nihil. Het maakt niet uit of het gaat om de geestdodende werkzaamheden op bijvoorbeeld de afdeling Plastik (rubberen doppen op tafelpoten schroeven) of het goed bedoelde kleien en glazuren van asbakken tijdens een pottenbak-cursus. Het maakt wel uit dat in geen enkele opgelegde of aangeboden activiteit het verband met een eigen ervaring of behoefte (terug) te vinden is. Dat geldt voor alle gedetineerden en in het bijzondere voor de moeilijke meisjes op de jeugdafdeling. Zo lijkt alleen de al bestaande of te verwachten drugsverslaving tijdens de detentie de enige uitzonderlijke activiteit te zijn waarin wél de vertrouwdheid van een bekend patroon en dus de bevestiging van een gemeenschappelijke ervaring gegarandeerd kan worden.

De uitvoering van elk van mijn gevangenisprojecten is gebaseerd op een Deal met de gedetineerden. Deze uiterst wantrouwende groep mensen moet niets hebben van educatieve of therapeutische plannen in de naam van een verwachtingsvolle hulpverlening, of van het verdoezelen of opleuken van misère. In mijn benadering laat ik de gedetineerden mijn werk als kunstenaar zien en vraag ze deel uit te maken van mijn kunstwerk, een outcast-registratie. De uitnodiging voor samenwerking is onomwonden en simpel; ik ben voor elk nieuw project aangewezen op hun medewerking, op inzichten die zij mij kunnen geven over hun bestaan. Ik vermoed dat gedetineerde junkies het nutteloze van kunst vergelijken met het onproductieve aspect van drugsgebruik, met als optie de kick om tijdelijk uit de beklemmende voorspelbaarheid van hun situatie te treden.
4,5
Houtsnede van de Toren van Ludwigsburg in de Zwarte Woud, Duitsland. Rond de toren ligt - volgens de Gebroeders Grimm - de oorsprong van het sprookje Rapunzel.
Raponsje, in het Duits: Rapunzel (Lat.: Radix Pontica), is de naam van een kleine plant met een dikke eetbare wortel. De knol is een synoniem van de paradijselijke appel. Het wonen in een torenkamer staat - volgens spookjesinterpretatie - voor het ontdekken van het denken. Kenmerkend voor dit sprookje is de actieve rol van vrouwen en de passieve (slachtoffer-)rol van mannen.

De Toren van Michel de Montaigne (1533-1592). Montaigne leert ons de mens kennen als een veranderlijk wezen; niet in staat om ooit waarheid te ontdekken. Als slaaf van zijn gewoonten, vooroordelen, egoïsme en fanatisme is hij een slachtoffer van omstandigheden. Deze constatering past Montaigne ook, dwz voornamelijk toe op zichzelf. Boven zijn bespiegelingen van het leven schrijft hij: Ik onderricht niet, ik vertel. Montaigne leeft jarenlang geïsoleerd in de toren van zijn kasteel om daar zijn ‘proeven’ ofwel ‘pogingen’ te schrijven. Zijn gedachte Vivre à propos wordt in het eind 20e eeuw vertegenwoordigd in de kunststromingen Real Life. [zie ook: Wilhelm Schmid: Ethik der Selbsterfindung. Über produktive Widersprüche bei Montaigne. Kunstforum International, 1999, bd nr 143]
SNEEUWWITJE, PSYCHO BEGBIE EN DIANE [14]
6, 7
Still uit de film: Trainspotting van Danny Boyle, 1996, gebaseerd op de gelijknamige roman van Irvine Welsh.
Boek en film vertellen het verhaal van een jonge, verslaafde vandaal en ‘trainspotter’ die probeert af te kicken en van zijn ‘slechte’ vrienden af te komen. De actie gaat over sex, geweld, drugs en grof taalgebruik - zonder dat dit verheerlijkt wordt.
Trainspotting betekent letterlijk het verzamelen van de nummers van locomotieven. Als de verzameling compleet is verliest het ‘spotten’ zijn betekenis.

Houtsnede van Ludwig Richter, Sneeuwwitje, Sneeuwwitteke / Ongelukskind.
Het verhaal begint als wintersprookje. Het leven wordt verdeeld in fases van geboorte, beproeving, dood en opwekking uit de dood. Het spiegeltje aan de wand, dat weet te vertellen, wie de schoonste is in het land, is afkomstig van de toverspiegel - sinds de oudheid ingezet om voorspellingen over de loop van leven te doen.
Het getal Zeven - de zeven dwergen - verwijst onder ander naar de zeven deugden en de zeven ondeugden van de mens.
De herinrichting van de corridor richt zich op de ontwikkeling van geestelijke bewegingsvrijheid en lichamelijke troost voor de gebruikers.
Het leven van de bewoners is tot en met hun verblijf in de gevangenis een opeenstapeling van een niet gehonoreerde vraag om aandacht. Aandacht staat - volgens hen - gelijk aan een fantoombeeld over ongedeerdheid in een burgerlijk omgeving: hoe het leven eruit zou moeten zien als je niet in deze situatie zou hoeven te leven en vooral aan de wens dat aan het eind alles goed komt; sprookjesgetrouw en onrealistisch.
Daarbij is het koesteren van legende iets wat geen van hen ervaren heeft; geen van hen kent de intimiteit van het ‘voorgelezen-worden’ die de beleving van de wereld kan bevestigen.
De literaire actie is het imaginaire gedeelte van het project. Vanaf het begin van het project concentreer ik me enerzijds op het vertellen van verhalen, het luisteren en het eindeloze herhalen. Ik ben ervan overtuigd dat ik de meisjes kan bereiken met sprookjes van Grimms’ Sneeuwwitje tot en met de heroïnespuitende Psycho Begbie en de 14-jarige Diana uit Trainspotting; dat wil zeggen: alles van prinsessendroom tot -nachtmerrie. Anderzijds ontstaat de installatie in het interieur van de tweedelige corridor, waarbij het nadenken over de inrichting een voortzetting vormt van het vertellen, maar dan driedimensionaal.
Alle ontwerpen worden in de professioneel ingerichte werkplaatsen (hout, metaal, textiel) in de gevangenis uitgevoerd. Bij het vervaardigen van elk woonobject komen verschillende ambachtelijke technieken te pas, soms op spectaculaire wijze toegepast, zoals bijvoorbeeld de bouw van een punnik met een doorsnede van 1,20m en het breien met 2cm brede repen gevangenisdekens als hoes voor de zitbankelementen. Stofferen met skai, het vilten van zitzakomhulsels, het naaien van futons zijn technieken die simpel te leren zijn.

Beide corridorruimten functioneren autonoom: de glazen wand maakt het mogelijk de deelvertrekken visueel samen te voegen. De ruimten zullen voorzien worden van een flexibele standaarduitrusting, zoals tafels en stoelen waaraan gewerkt kan worden, comfortabel hangmeubilair voor het voorlezen en vertellen, en voor elke kant een eigen bibliotheek die regelmatig uitgebreid wordt. Het enig vaststaande object is de boekenkast, alle andere meubels zullen verplaatsbaar zijn door ze op zware wielen te monteren.
De vormgeving van de twee ruimten wordt op elkaar afgestemd; het voorste deel met de grote raampartij wordt sober van kleur- en in vormtoepassing. De hangplek bestaat uit lange rechte bankelementen (formaat: drie elementen van een meter breedte, twee meter lengte) die in samenstelling variabel zijn. De stoffering van de banken wordt middels de futon-techniek (opeenstapeling van katoenen doeken, vastgestikt) gemaakt. Voor de leuningen worden zware, verplaatsbare boemerangkussens genaaid. Alle elementen worden met (de gehate) grijze gevangenisdekens omhult. Als geheel is het resultaat geschikt voor de bouw van hutje tot lounge, tot gedistingeerd designbankstel.
8
Bank; 400cm x 100cm. Hout, futon, gevangenisdekens. 1998
Boemerangkussens; 100cm x 50cm. Gevangenisdekens, zware vulling. 1998
Hoes; 600cm x 100cm. Gevangenisdekens, gepunnikt, Ø100cm. 2000
Alle objecten van U.M. De afbeeldingen dienen als voorbeeld voor de vorm- en stijlkeuze van de installatie aan de voorzijde van de wooncorridor.
In het achterste gedeelte van de corridor zullen vóór het inrichten bouwtechnische ingrepen gedaan worden, om - hoe summier dan ook - een daglichtbron te creëren. Verder wordt deze sombere ruimte ingericht als iets fenomenaals, ongeveer tussen UFO en prinsessenvertrek in. Basiskleuren worden roze, geel, lichtblauw, al dan niet metallic; basismaterialen worden gevormd door leer, skai en fijne wol, geweven of gevilt. De hangplek bestaat uit acht zitzakachtige verrijdbare poefs die samen een ruime cirkel (doorsnede 4m) vormen maar die ook in andere opstelling comfort en warmte waarborgen en als enkel ding een rijdende troon kan zijn.
De wanden worden met lichtgevende skaipanelen gestoffeerd.
9
Installatie; leren banken, tl-buizen, kunststofelementen, 1996, Bastienne Kramer.
De afbeelding is voorbeeld voor de vorm- en stijlkeuze van het achterste gedeelte van de corridor.
De bestaande woonkamer-inrichting (altdeutsch-Imitat) aan beide kanten van de corridor wordt uit elkaar gehaald en opnieuw samengevoegd tot hét nieuwe meubelstuk dat voldoet aan een ideale hangpositie. De houten stijlelementen worden ingekrast met teksten die voor de gebruikers van belang zijn. 10
Wooncorridor in de jeugdafdeling van de gevangenis
De 1- tot 2-persoonstafels en stoelen zijn in vormgeving, materiaal en kleur functioneel. De tafels kunnen tot één groot vlak aan elkaar gekoppeld of als separate werkplekken separaat geplaatst worden, zowel voor individueel werk als voor workshops, b.v. na aanleiding van de literatuur en de film.

Naast de basisinrichting van de leefruimten wil ik de TV-cel veranderen in een XXS-bioscoop waar naar aanleiding van de literatuur films vertoond kunnen worden. Ook hier wordt een afdelingsintern archief opgebouwd. De computerruimtes worden geïntegreerd binnen de nieuwe invulling van de corridor; ik streef naar ‘mobilisering’ van de apparatuur zodat deze ook kan functioneren in de leefruimte.
10
Vlinderstoel; 125cm x 90cm x 80cm. Ontwerp uit 1938, bekleed met gevangenisdeken, U.M.,1998
Het concept voor JUGEND WOHN ZIMMER is ontwikkeld op uitnodiging van de gevangenisleiding, naar aanleiding van het project COLLECTIE GEVANGENIS KLEDING, in 2001. Het concept en de planning voor uitvoering is enthousiast ontvangen door de medewerkers op de Jeugdafdeling, de directie, het Ministerie van Justitie, Niedersachsen, de Justitiële Raad voor Werkvoorzieningen in Gevangenissen en de Raad van de Kloostergemeenschap.Voor de aanschaf van boeken en dvd’s hebben geëngageerde vakhandels in de provincie Niedersachsen, advies en sponsering toegezegd.


happy
Together
Happy Together is a sequence of full color posters, which shows a person standing next to a flower-box in public spaces of Amsterdam.
Unusual is the arranging of the subjects; the persons don’t belong to those places, they are taken from the border of society, heavy drugs using people, junkies.
Standing next to sculptural geranium-boxes, which seem to move like a floral procession from south to north of Europe.
Happy Together are faces of a city in Europe.

Poster and Photos D/NL 2002
According to the theme of the exposition No I.D, Bombay/India
Cooperation with Bastienne Kramer, Amsterdam/Netherlands

claudia
claudia
claudia
claudia
claudia



THIS BABY DOLL WILL
BE A JUNKIE

De titel THIS BABY DOLL WILL BE A JUNKIE suggereert dat verslaving een lotsbestemming is; een onheilspellend vooruitzicht bij een beginnend mensenleven. De titel is tegenstrijdig met het op gelijke kansen gebaseerde denkbeeld van individuele onafhankelijkheid en het recht op lichamelijke en geestelijke zelfbestemming.

Het beeld weerspreekt de publieke opinie over de oorzaken van verslaving. Die interpreteert de consequenties van zelfbestemming als recht op een collectieve beslissing over schuld: verslaving is een kwestie van persoonlijk onvermogen en de verantwoording voor de gevolgen van verslaving ligt principieel en uitsluitend bij de verslaafde. Verslaafde vrouwen onderscheiden zich voornamelijk van verslaafde mannen door de vanzelfsprekende aanvaarding van de eigen-schuld-positie.

THIS BABY DOLL WILL BE A JUNKIE is een verzameling van uiterst zelden gehoorde uitspraken van junkies over de toedracht van hun eigen leven, voor en na het begin van hun verslaving: een audiovisueel portret van in Europa levende, drugverslaafde vrouwen.
Het kunstwerk bestaat uit series van identieke poppen die beslissende gebeurtenissen uit het leven van een drugverslaafde meedelen. Elke serie vertegenwoordigt één biografie.

pop groot
De pop is een porseleinen afgietsel van een traditionele speelpop met beweegbare armen en benen. Op het poppengezicht is het fotoportret van een verslaafde geprojecteerd waardoor de gelaatsuitdrukking van een babypop overvloeit in die van een volwassene.
Een ingebouwde speaker laat bij het optillen van de pop een significante ervaring uit het leven van de verslaafde horen. Het geluid is te horen door een geperforeerde tekst op de rug van de pop die de naam en het geboortejaar, soms het sterfjaar van de verslaafde vermeldt.

jessica

Op mijn 10e begin ik te drinken.

De series worden in de openbare ruimte geïnstalleerd, op plekken die tot de leefruimte van de verslaafde behoren, en nadien zonder controle overgelaten aan het publiek. Elke pop is voorzien van een label aan de pols, waarop de titel van het kunstwerk staat en de verwijzing naar de website http//:www.thisbabydollwillbeajunkie.com





EETSLUIS
 
EetSluis gaat om het sluizen van voedsel. Volgens het principe van een sluis wordt de doorstroom van eetwaar tussen twee plaatsen gereguleerd, zonder dat deze ooit direct met elkaar in open verbinding staan.
Een ruimte bestaat uit drie categorieën; eetzaal, tussenruimte en keuken. De eetzaal is publiekelijk toegankelijk, de tussenruimte dient als doorlaat van maaltijden, de keuken is toegankelijk voor het personeel.
De EetSluis representeert uiteenlopende, dat wil zeggen, onverenigbare bevolkingsgroepen binnen één samenleving.
EETSLUIS
SCHETS, LUCAS LENGLET


Een sluis deelt een ruimte door midden en scheidt een eetzaal van een keuken. De sluis is een compacte ruimte, onderverdeeld in verlichte cellen met afsluitbare toegangen aan twee kanten. De celdeuren zijn gecodeerd en corresponderen met de codes die de gast heeft ontvangen voor zijn bestelling. Zoals gebruikelijk bij een sluis gaan de deuren tijdelijk maar in één richting open.
Het restaurant is contemporain ingericht en voorzien van het complete equipement voor een uitstekende locatie. In de eetzaal bevindt zich geen bediening. Bestelling en betaling van het menu geschieden elektronisch bij een automaat die in het restaurant geplaatst is. De gast bedient zich via een in te voerden code uit de sluis van zijn maaltijd. De publieksruimte is transparant, in te zien vanaf de straat.
Het menuaanbod is evenals de kwaliteit van de gerechten uitstekend. De prijzen in de EetSluis liggen beduidend onder de doorsnee-prijs voor een maaltijd in vergelijkbare eetgelegenheden.
De achterste ruimte is onderverdeeld in een besturingspaneel en een keuken. Het besturingssysteem fungeert als een ‘intermediair’ tussen gast en gastgever, hier worden de bestellingen ontvangen en verwerkt.
Het personeel is vanuit de eetzaal onzichtbaar; contact tussen gast en medewerkers wordt uitgesloten door de constructie van de ruimte. Het personeel bestaat uit wisselende koks en een staf van medewerkers.
De keuken is uitsluitend via een separate ingang bereikbaar voor medewerkers.
Het restaurantgedeelte onderscheidt zich van een gangbaar restaurant door het opheffen van de gebruikelijke gedragscode binnen de eet-cultuur; de identificatie van gast met gastgever en andersom vervalt - hoewel stijl en pose van de eetzaal aan de behoefte en de verwachting van een brede cultuurbewuste bevolkingsgroep in Nederland beantwoorden.

Gast in de EetSluis is de gangbare (eet-)cultuur geïnteresseerde restaurantbezoeker die zowel sociale als zakelijke belangen combineert met het eten in een aangename omgeving.
Gastgever in de EetSluis is een bevolkingsgroep die doorgaans buiten de samenleving staat.
(Ex-)gedetineerde (ex-)verslaafden produceren de maaltijden onder leiding van verschillende koks.


SIMULATIE
In een openlijke antwoordbrief op Heidegger’s definitie van humanisme specificeert de Duitse denker Peter Sloterdijk de vraag over het zijn van de mens tot een kwestie van verblijf: niet wat de mens is telt, maar waar, namelijk: in de wereld, om precies te zijn, in een mensenpark1. Dat mensen nu eenmaal ergens moeten zijn, impliceert dat het bestaan een zaak van onroerend goed is.

De EetSluis lijkt in eerste instantie op het principe van een vreetmuur waar dag en nacht kroketten uitgetrokken kunnen worden, op een Formule1 hotel langs de Franse snelweg of op het Slaapdozen-systeem in overvolle Japanse steden; per creditkaartbetaling kan zonder ontmoeting van personeel (kost en) logies gekocht worden. Het overnachten in een Formule1hotel en het eten uit een vreetmuur zijn gebaseerd op reducties van verzorging in ruil voor geprogrammeerde anonimiteit.
De automaat, van oudsher bedoeld om de mens te verlossen van een onwaardig bestaan als domme kracht, speelt in deze theatrale setting de rol als gesprekspartner; vergelijkbaar met de imaginaire tegenspeler in een onlinecomputergame verzorgt ‘hij’ de dialoog tussen serviceverlener en -ontvanger.

De verleiding de ervaarbare wereld door gelijknissen van zichzelf te bevestigen wordt als algemeen geoorloofd gezien, vandaar dat - hoe groot het mensenpark ook mag zijn - de bewoners van het zonnige perkje altijd zullen beweren dat - benaderd door een ongelijk exemplaar medemens - het bij hen al overvol is, helaas.
Sloterdijk wijdt dit aan de regels die aan het westerse mensenpark vastzitten; aan het leven in een comfortzone. De comfortzone staat weliswaar in de onrustige zee van armoede, maar de onrust die waargenomen wordt heerst buiten onze grenzen. In de getemde wereld van de consumerende burger is het overwegend rustig. Zo rustig dat dit zowel stress als verveling veroorzaakt. Beide grondtonen van het bestaan zorgen voor een chronisch ambivalente stemming, waarin alarm en geruststelling elkaar afwisselen.
De stress- en alarmtoestand wordt gladgestreken door toepassing van Psychologie en Psychiatrie, vandaar de enorme groei in de algemene aanvaarding van het gebruik ervan. De verveling wordt bestreden door allerlei vormen van Excitement, variërend van het springen van een hijskraan aan een elastiek tot reizen naar exotische oorden. Het ongedefinieerde verlangen om uit te breken uit het al te veilig afgebakend burgerlijk bestaan kenmerkt de massale behoefte om naar het vreemde, onbekende, wilde, exotische te gaan kijken. Kijken naar de vrouw met de baard, naar negers, dieren, exoten, zigeuners, homo’s, junkies, pubermoeders, illegalen, kijken naar lijden, kijken naar armoede. Niet om te zien of te ervaren wat de exoten wezenlijk zijn, want dat zou verbintenis, deel uitmaken van ... - met zich mee brengen, maar om jezelf bevestigd te zien in wat jezelf bent. Hiervoor is men bereid om naar specifieke plekken te gaan: circus, dierentuin, exotische oorden, sloppenwijken, de Zeedijk. Om samen te griezelen en vervolgens terug te keren in de geruststelling, ‘dat’ in elk geval niet te hoeven zijn.
Daartegenover staat het verlangen van de outsider. Ondanks het wel dan niet zelfgekozen bestaan als outsider is er hunkering om tot de comfortzone toe te treden. Soms met gevaar voor eigen leven door in wrakke bootjes de zee te trotseren, bereid het predikaat Illegaal op zich te nemen. Of in het geval van junkies, de clinch tussen het daadwerkelijke leven als trash en het verlangen aan een ongekend burgerlijk bestaan. Gedreven door dit ideaalbeeld gaan junkies fantaseren hoe het leven eruit gaat zien als ze straks uit-getherapie-eerd zijn of ontslagen uit een gevangenis die gebouwd is in de stijl van een Vinex-locatie, bedoeld om onder bewaking het leven in burgerlijkheid te oefenen. De praktijk leert dat de imitatie, die aangeleerde burgerlijkheid noch leidt tot een ‘normaal’ leven, noch tot een op zelfvertrouwen en zelfstandigheid gebaseerd bestaan. De inspanningen om de maatstaven voor een ‘normaal leven’ op te volgen staan schrijnend tegenover hun levenservaring en reële -verwachting.
Zo is bijvoorbeeld de poging een Amsterdams caféhuis op te starten, gerund door heroïneprostituees die uit de business willen stappen, gedoemd tot mislukking omdat het eenzijdige prijsgeven van persoonlijk letsel tot het boven genoemde ramptoerisme leidt. Hoewel het volgens Hannah Arendt mogelijk is in [...] openbaarheid en de potentie van verbintenis het beginsel van menselijk handelen ervaarbaar te kunnen maken. Het bij elkaar brengen van gelijkheid en verscheidenheid zou zich – ondanks het verschil van positionering en een ongelijksoortige houding – richten op een gezamenlijke wereld. Dat we in staat zijn onszelf te zien terwijl we de wereld zien, in een merkwaardig, kruiselings in elkaar grijpend verband van binnen en buiten, zodat we ondanks ons geïsoleerde bestaan verbondenheid kunnen ondervinden [...]2, maakt duidelijk hoe ver de wens en de daad van elkaar verwijderd staan. Misschien ligt juist in een openbare onzichtbaarheid de potentie van verbintenis met het of de andere. Vergelijkbaar met de noodzaak sprookjes te vertellen in plaats van te zien: Sneeuwwitje blijft tot alle eeuwigheid de mooiste in het land, mits ze niet betrapt wordt als oud geworden en best wel dik, eigenlijk.

De eetsluis is dé plek waar menselijke verlangens zonder aanzien der persoon vertegenwoordigd zijn. Ordentelijk gescheiden door een buffer in vorm van de sluis. De ene groep kan, zoals gewend aan een exquis - voor de verandering zelfgedekte - tafel plaatsnemen, de andere groep blijft verborgen in de keuken. Verlangens van beide groepen, voyeurisme en imitatie worden beantwoord door enerzijds als gast in weelde te eten en anderzijds, als medewerker de luxe van een legitieme aanwezigheid te ervaren. In de eetsluis wordt aan twee deuren geklopt en beide deuren worden selectief opengesteld, gezien het helder is wie waar moet zijn.

Wat het voordeel is van de EetSluis? Er is geen voordeel. De geconstrueerde ruimte voor de EetSluis is een enscenering, een simulatie van actuele maatschappelijke structuren en denkbeelden. Simulatie is precies dat onweerstaanbare proces, waarbij dingen zo met elkaar verklonken raken dat het lijkt alsof ze als zodanig zinvol zijn, terwijl ze eigenlijk alleen maar door een kunstmatige montage en door on-zin georganiseerd worden3.
De EetSluis is de hyperrealisering van realiteit, zich onttrekkend aan elke zinvolle interpretatie of oplossing.

1 Peter Sloterdijk: Regeln für den Menschenpark. Ein Antwortschreiben zu Heideggers Brief über den Humanismus, 1999
2 Hannah Arendt: o.a. Politiek in donkere tijden. Essays over vrijheid en vriendschap. Essays over vrijheid en vriendschap.
3 J.Baudrillard: Simulationsmodell / Die Illusion des Endes oder der Streik der Ergebnisse, Berlin 1994.



COLOPHON
 
Concept
Ulrike Möntmann, Amsterdam, NL

Advies
Bastienne Kramer, Amsterdam, NL

Technisch adviseur keramiek
Matthias Keller, ’s Hertogenbosch, NL

Audio-installatie
Nick Snaas, Zeist, NL
Kees Reedijk, Amsterdam, NL
Peter Bogers, Amsterdam, NL
Tom Bachmann, Amsterdam, NL
Salan Zijlstra, Rotterdam, NL

Design
Anneclaire Kerstens

Assistentie technische uitvoering
Kouri Yorigami
Veronika Beckh
Clara Moranta
Lucia Luptakova
Jolanda Visser

Biografieën
Jessica Schümann, Justizvollzugsanstalt für Frauen, Vechta, D
Angela Kaspers-Köhler, LÜSA, Unna, D
(uitspraken biografieën K. Pausch)
Monika Zielinski, Hildesheim, D
Sophie van der Toorn, Bunschoten, NL
Hilda Roorda, Driebergen, NL
Mickey Jannink, Driebergen, NL
Hinke Wijnja, Driebergen, NL

Fotografie
Luuk Kramer, Amsterdam, NL
Jeroen Alberts, Amsterdam, NL
Linda Marie Schulhof, Münster, D
Roland Lutz, Unna, D

Vertaling | Correctie
Beverley Jackson, Amsterdam, NL
renée c. hoogland, Amsterdam, NL
Linda Marie Schulhof, Münster, D
Rolf Möntmann, Osnabrück, D
Jolanda Visser, Rotterdam, NL
Sjoerdtsje Willemsma, Friesland, NL
Lies de Wolf, Amsterdam, NL

Ontwerp | Concept website
Yvonne van Versendaal, Amsterdam, NL
Programering website
Romain Preston, Paris, FR

Tekening Eetsluis
Lucas Lenglet, Berlijn, D

ARTA Lievegoedgroep
Ambulante Verslavingszorg, Zeist, NL
Hans Kassens
Jacques Michael Abas

Ministerie van Justitie
TIB
G.M. Hoeymakers
PIV, Ter Peel, NL

MDHG
Belangenvereniging Drugsgebruikers
Willemijn Los, Amsterdam, NL
LÜSA
Langzeit Übergangs- und Stützungs- Angebot, asiel voor Junkies
Ana Dias de Oliveira, Unna, D

AIDS Hilfe, Unna, D
AMOC
Drughulpverlening voor niet ingezetene Europeanen
Ingeborg Schlusemann, Amsterdam, NL

Justizvollzugsanstalt für Frauen | Niedersachsen
Vrouwengevangenis
Ullrich Krenz
Helmut König
Vechta D

Participerende instanties
Fonds BKVB, NL
AFK, NL
Gemeente Amsterdam, NL
Prins Bernard Cultuurfonds, Amsterdam, NL
mama cash, amsterdam


ULRIKE MÖNTMANNNL - D - EN
Sociale processen in uiterste situaties vormen het uitgangspunt voor mijn projecten. Mijn werkwijze heeft gaandeweg de vorm aangenomen van een structurele samenwerking met junkies - zowel in gevangenissen, als in alledaagse en therapeutische situaties.
De autonome beelden, foto’s, teksten en acties die uit deze samenwerking ontstaan vormen een registratie van het leven als outcast in de West-Europese samenleving.

De verschillende projecten gaan in elkaar over via de logica van het onderwerp. Het resultaat van elk project staat op zichzelf, maar vormt ook een fase in een continuerend geheel. Het beeld ontwikkelt zich parallel aan de groeiende omtrek van mijn actieradius. Vanuit het centrum van de meest geïsoleerde leefruimte die denkbaar is, beweeg ik me - als het ware achteruit - in richting van de open en openbare ruimte.